|
( tekst gebruikt uit het jubileumboek Kwadijk 75 jaar )
Kwadijk in 1933
Kwadijk, sinds 1414 in het bezit van zogenoemde stadsrechten , was in 1933 nog een zelfstandige gemeente en telde zo’n 450 inwoners, vooral veeboeren. Maar vlak ook de middenstand niet uit ; bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moeten er ruim dertig winkeltjes zijn geweest. Het Verloren Einde hoorde nog bij Oosthuizen. Acht jaar eerder nog maar was de watertoren gereedgekomen, het kerkje was nog geen honderd jaar oud. Het treinstation dateert van 1884 en deed dienst tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Het waren toen zonder twijfel donkere tijden,zeker voor de gemiddelde Kwadijker. Tijdens die omstandigheden, eind 1932, begonnen gesprekken tussen kastelein Cor Groen en zijn buurman Evert Lenstra , een van de drie bakkers die het dorp destijds telde, over het idee om een voetbalclub op te richten. Cor Groen had zelf een café vlak bij de spoorwegovergang aan het Schouweinde, genaamd “ Spoorzicht “ , maar het moet in het café tegenover de kerk zijn geweest, indertijd van Ten Hagen, dat hij en Evert tijdens de pauze van een zangrepetitie ook enkele andere voetbalfans enthousiast wisten te maken. Bankemployé Piet Kleen en timmerman D. Uitentuis zeiden direct toe wel in het oprichtingsbestuur zitting te willen nemen. Andere bestuursleden van het eerste uur waren stationschef Van der Broek, groenteboer, Jb. Kluft, postkantoorhouder S. Groot en verder de veehouders D. de Vries, J. Dobber en P.Wijhenke. Op 12 januari 1933 was het dan zover, Piet Kleen had gemeenteklerk Willem de Vries, bijgenaamd “ de Burgemeester “ook uitgenodigd om de oprichting in een akte vast te leggen. Daarbij werd onder meer bepaald dat het café van Cor Groen als het officiële clublokaal dienst zou doen. Jb. Kluft huurde een stuk land van de Diaconie ( of van de gemeente; bronnen spreken elkaar op dit punt tegen ) aan de Dwarsgouw in De Koog, waarop voorlopig wel zou kunnen worden gevoetbald. De vereniging telt bij oprichting negentien leden. Aan het eind van 1933 zijn dat er al 52. Voetbalveld was trouwens een groot woord voor dat eerste veld aan de Dwarsgouw. Het terrein miste drainage. De leden hadden weliswaar langs het veld greppels uitgegraven en die met takken bossen gevuld om er daarna weer gras over te laten groeien. Deze provisorische voorziening kon toen nog niet voorkomen dat het veld altijd drassig was en bij de minste of geringste regen blank stond. Vanwege de minimale afmetingen konden er praktisch ook geen corners worden genomen en belandde de bal steeds weer in een van de omringende sloten.
De oprichters, het eerste bestuur.
Wie waren de oprichters van Kwadijk ? We zagen hiervoor al dat de Kwadijkse Voetbal Vereniging een idee was van Evert Lenstra en Cor Groen. Evert en Cor vonden de kassier van de Coöperatieve Raifaissenbank, Piet Kleen , bereid om als eerste de functie van voorzitter te bekleden. Evert Lenstra werd eerste secretaris. Het schrijven van de eerste jaarverslagen liet hij trouwens over aan W. de Vries, de “ tweede secretaris “ Medeoprichter Cor Groen werd penningmeester. Het eerste bestuur bestond verder uit : Dirk Uitentuis, van beroep timmerman en met veehouder J. Dobber verantwoordelijk voor technische zaken. J. Dobber , bij gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de vereniging geëerd met de Gouden Speld van de KNVB en op dat moment nog actief als “ klusjesman “ van de club. Siem Groot, kantoorhouder bij de PTT. Jb. Kluft, groenteboer en degene die als eerste een terrein beschikbaar stelde om op te voetballen. Dirk de Vries, veeboer, bekend van het derde terrein waarop de voetballers mochten acteren. Jillis van den Broek, stationschef en eerste oefenmeester; hij was bovendien grootleverancier van eerste elftalspelers. Piet Wijhenke, veehouder en de eerste bondsconsul.
Beginwedstrijden. Wanneer Kwadijk aan de officiële competitie is gaan deelnemen is niet bekend. In het begin werden er vooral buiten de competitie hoogtepunten beleefd in de zgn. vriendschappelijke wedstrijden. In het eerste jaarverslag werd melding gemaakt van de eerste wedstrijden van het team. Voor de feestelijke opening van het veld aan de Dwarsgouw in De Koog, 9 mei 1933, had men Middelie weten te strikken. Asl we de annalen moeten geloven, werd de eerste wedstrijd eervol verloren. De wat ervarener Middelie spelers wonnen met 1-2. De jeugd, die een voorwedstrijd speelde, won trouwens wel van Middelie, met 2-1. Op 3 september 1933, werd er trouwens al op een nieuw veld gespeeld. Dit veld werd al drie maanden na de feestelijke ingebruikname van het terrein aan de Dwarsgouw in gebruik genomen. De vorige accommodatie voldeed ook niet aan de eisen van de NHVB. Aan de Dorpsstraat was er voor de opening een wedstrijd georganiseerd tegen “ de negers uit Suriname “. Jan Klok, een Kwadijker, die als marconist op “ de Oranje “ voer, had deze wedstrijd gearrangeerd. Kwadijk moet op zijn kop hebben gestaan. Je zag er niet elke dag gekleurde mensen. De wedstrijd werd voorafgegaan door de fanfare, die weer praktisch het hele dorp op de been wist te krijgen. In een ware kaskraker won Kwadijk de wedstrijd met 5-4. De week erop werd een revanche wedstrijd gespeeld en die wisten de gasten met 3-4 te winnen. De beker ging trouwens mee terug naar Suriname.

In het seizoen ‘34/’35 grijpt het eerste, onder de nieuwe trainer Henk Swart, net naast het kampioenschap. Het tweede elftal presteerde ook goed en werd eveneens tweede. Financieel gaat het de club die eerste jaren minder goed. Het bestuur houdt een verloting om bankroet te voorkomen. Het jaarverslag maakt verder melding van een groot aantal overwinningen in medaillewedstrijden. Daarnaast sleepte Kwadijk flink wat lauwertakken en bekers binnen. In 1937 speelde Kwadijk een beslissingswedstrijd tegen Watergang. Het sportieve Watergang won de wedstrijd met 0-1. In dit jaar speelde men trouwens alweer op een nieuw veld. Het clubbestuur bereikte met Siem Klok overeenstemming over een terrein aan de Oude Gouw, “ het Grote Stuk “ genaamd. Nadeel was dat het kleedlokaal niet veel meer was dan een kippenhok en dat de spelers om zich na een wedstrijd te kunnen wassen, water moesten gebruiken dat door vrijwilligers in melkbussen moest worden aangevoerd. En was men dat vergeten, dan moesten de spelers zich behelpen met regen- of slootwater.
Op 13 maart 1938, beleefde Kwadijk haar eerste kampioenschap. Na afloop was er groot feest in café Spoorzicht. Het tweede elftal was op die dag ook kampioen geworden.
Het eerste elftal bestond indertijd uit de volgende spelers : Op doel : Jan Klok Backs : Dirk Groot en Eb Doets Halfspelers : Jan Kok, Wim Smit en Gerrit Smit Voorhoede : Jan Groot, Cor Groen, Klaas Mulder, Doede Draaier en Henk Hooijberg
De andere kampioenen waren : Op doel : Rinus Draaier Backs : Jan Draaier en Jo Westerhof Halfspelers : Arie Keizer, Doede Doets en Siem Buurs Voorhoede : Klaas Groot, Jan Smit, Dirk Klok, Lo Slot en Henk Smit De gebeurtenissen in Europa namen een slechte wending en er is weinig te achterhalen over de voetbaljaren 1940-1945. Bij nadere onderzoeken bleek dat er in 1943 nog wel werd gevoetbald. Kwadijk speelde in de 1e klasse A. van de onderbond en stond halverwege de competitie op de derde plaats. Op 9 punten van De Rijp, dat onbedreigd op het kampioenschap leek af te gaan. Krantenknipsels uit die tijd noemden ook enkele spelers zoals “spil “ Wim Smit, rechtsbuiten Evert Doets en midvoor Klaas Mul. Na de oorlog nam Doede Draaier het trainerschap op zich. Verder is van die periode op prestatief vlak nog maar weinig bekend. Sommige oudere leden herinneren zich nog wel dat Kwadijk eind jaren 40 een tijd lang bovenaan heeft gestaan, maar net naast de titel greep. De jaren 50 staan niet bekend als de succesvolste in de clubhistorie, dat wil echter niet zeggen dat er geen goede prestaties werden geleverd. Er wordt gesproken over een wedstrijd tegen GSV in Groot-Schermer, waarin Kwadijk bij de rust al met 0-4 voorstond en de spits Jaap Wijhenke na het omspelen van vier verdedigers op het punt stond 0-5 aan te tekenen. De scheids floot hem echter terug , met de mededeling dat hij 0-4 wel genoeg vond. Voetbal is maar een spelletje en het moet wel leuk blijven, moet de man hebben gedacht. Kwadijk heeft ook wel onderaan gebungeld. Het was in 1953 of 1954, dat Kwadijk de ene na de ander wedstrijd met grote cijfers verloor, waaronder één, waarin ze al na tien seconden op achterstand werden gezet. Tegenwoordig vragen scheidsrechters voor het beginsignaal aan hun grensrechters en de keepers van beide teams of ze klaar staan. Vijftig jaar geleden was dat zeker nog geen regel, want deze wedstrijd begon zonder Kwadijk keeper , want na het inschieten had hij zo’n hoge nood, dat hij bij aanvang van de wedstrijd nog even stond te “ lozen “. De jaren daarna ging het overigens wel weer beter. Aan het eind van het seizoen ‘55/’56 stond een wedstrijd tegen kampioenskandidaat PRC op het programma. Kwadijk speelde in de 3e klasse van de “ onderbond “ ( de NHVB ) nog steeds geen rol van betekenis, maar “ Kwadijk-uit-altijd-lastig “ was bij tegenstanders toch wel een begrip. Concurrerende clubs waren rijkelijk vertegenwoordigd door supporters die in een goed resultaat voor Kwadijk hoopten. Toen heeft Kwadijk echt tegen twaalf man gespeeld. Alles wat men ook probeerde, elke actie op de helft van PRC werd afgefloten door de scheids. Toen “ het stuk wangebroed “, zoals de scheidsrechter door Purmersteijn-aanhangers werd genoemd, affloot moest hij zich namelijk wel heel snel uit de voeten maken. Verhitte fans zouden zijn kleedkamer zijn binnengedrongen en hem dusdanig hebben afgedroogd, dat de brave man de ontmoeting niet snel zal zijn vergeten.

Op 14 oktober 1954 ging de gemeenteraad van Kwadijk, toen nog een zelfstandige gemeente, akkoord met het aanbieden van een stuk huurland van J. Uitentuis voor een periode van twaalf jaar. Er zou ook een dubbelwandig kleedlokaal verrijzen. De totale werkzaamheden hebben F. 20.000 gekost. Het terreinwerk , aanbesteed bij de Heidemaatschappij, begint op 9 januari 1956. De feestelijke opening laat dan nog ruim een jaar op zich wachten. Intussen wordt de kleedgelegenheid gerealiseerd, waar Dick Doets de fundering voor legt. Een aannemer uit Sliedrecht zorgt voor de plaatsing van het gebouw. Op zondag 12 mei 1957 wordt de accommodatie in gebruik genomen. Burgemeester Kooiman verricht onder toeziend oog van KNVB-gedelegeerde Westenberg de opening, waarna het feest losbarst. Het terrein zou de vereniging uiteindelijk twaalf jaar van dienst blijven. In 1958 is er weer feest. Kwadijk viert op grootse wijze haar 25-jarig bestaan. Aan het eind van de 50’er jaren beschikt Kwadijk over een sterke selectie. Het seizoen 58/59 onder trainer Vlasbloem zit er bijna op als Kwadijk tegen concurrent Zuidermeer het kampioenschap naar zich toe kan trekken. Een gelijkspel zou al voldoende zijn voor een beslissingswedstrijd. Bij verlies zou trouwens niet Zuidermeer, maar Purmerland de titel van de 3e klasse van de NHVB in de wacht slepen. De Kwadijk-aanhang, die tegen de supporters van zowel Zuidermeer als Purmerland op moesten boksen, kregen steun van de leden van het Kwadijks- en Middelies Fanfarekorps “ Eensgezindheid “, die speciaal voor deze gelegenheid een serenade hadden ingestudeerd. De wedstrijd had voor Kwadijk een dramatisch verloop. Zuidermeer, kansloos voor het kampioenschap, speelde vrijuit en kwam al snel op 0-1. Halverwege de eerste helft wist Kwadijk via een vrije trap van Jonker gelijk te maken, maar nog voor rust namen de gasten opnieuw afstand, 1-2. Het veldoverwicht in de tweede helft voor Kwadijk gaf geen doelpunten te zien. Wel kreeg Kwadijk nog een kans op een gelijkspel door middel van een penalty, maar de schutter miste, stijf van de zenuwen. Voorzitter Kleene overhandigde de kampioensbloemen naderhand als goed verliezer aan zijn ambtgenoot van Purmerland, die deze op zijn beurt aan Jaap Groen doorgaf, omdat die Kwadijk-speler kort voor het einde van de wedstrijd met, naar later bleek, een hersenschudding van het veld was gedragen. Na het seizoen 58/59 volgt een lichte terugval in de prestaties van de vereniging. Kwadijk draait weliswaar een paar jaar redelijk mee in de subtop, maar voordat de club weer serieus aan een kampioenschap kan denken moeten de fans tot 1963 wachten. Maarten de Vries heeft als trainer Willem Smiet opgevolgd en plukt de vruchten van het noeste voorbereidende werk van zijn voorganger. Met nog twee wedstrijden te gaan kan Kwadijk met een overwinning op GSV voor de tweede keer in haar historie kampioen worden. De wedstrijd is nauwelijks meer dan een formaliteit : GSV wordt met 0-4 weggeschoven en zo wordt Kwadijk opnieuw met overtuigende cijfers- wat denkt u van een doelsaldo van 86-26 kampioen van de derde klasse van de NHVB.
Dit kampioensteam bestond uit de volgende spelers : Op doel : Piet Sombroek Backs : Jaap Wijhenke en Henk Kunst Halfspelers : Jaap Doets ( in de wedstrijd vervangen door Jos Kleppe ) Siem Bruin en Teun Boogert Voorhoede : Daan Doets, Arie Frikkee, Puck Schoenmaker, Hans Kastelein en Jan Tuin.
Het eerste seizoen in de tweede klasse weet Kwadijk zich vrij eenvoudig te handhaven, het seizoen erna ( 64/65 ) eindigen de blauw-witten echter kansloos als laatste. Degredatie naar de 3e klasse is een feit. Onde de nieuwe trainer Steef Nijhuis ( uit Edam ) pakt het eerste in het seizoen 65/66 echter andermaal de titel. Met overmacht nog wel; Kwadijk verliest geen punt en is op zondag 8 mei 1966 al onbereikbaar voor de concurrentie, twee wedstrijden voor het eind van de competitie. Het doelsaldo is al even veelzeggend; 113 vóór en slechts 17 tegen. Er worden verschillende monsterzeges behaald, waaronder een 9-0 tegen Oudendijk en tegen SVV verschijnen zelfs dubbele cijfers op het scorebord ( 10-0 ). De promotie werd bewerkstelligd met de volgende selectie : Jep Greuter, Henk Kuulkers, Piet Wayop, Siem Bruin, Jaap Doets, Puck Schoenmaker, Jac Besseling, Jaap Wijhenke, Joop Kunst, John Versluis, Jan van Teylingen en Steef Nijhuis.
Het was een selectie met een mooie mix van ervaren spelers en jonge talenten. Steef Nijhuis had hier een mooi team van gesmeed. Tijdens het kampioensfeest liet hij zich ontvallen, dat met dit spelersmateriaal ook wel promotie naar de eerste klasse mogelijk was. Niemand geloofde hem. Een kampioenschap zat er nog niet in, maar er werd het eerste jaar een verdienstelijke vierde plaats behaald. Het volgende seizoen ( 67/68 ) liep het nog beter. Kwadijk werd met vijf punten voorsprong op naaste concurrent Berkhout winterkampioen en bouwde die voorsprong daarna nog verder uit, zodat op 7 april 1968, met nog twee wedstrijden te gaan, een gelijkspel tegen DDO zou volstaan om weer kampioen te worden, nu echter van de 2e klasse. In een bijzonder spannende wedstrijd werd inderdaad het benodigde puntje binnengehaald, 2-2. Het kampioenschap was daarmee een feit én promotie naar de eerste klasse. De selectie bestond toen uit : Jeb Greuter, Joop Kunst, Cees Buurs, Ger Smit, John Versluis, Hans Ubbels, Jaap Bouwes, Jos Kleppe, Henk Kuulkers, Piet Wayop, Lou Leeflang, Puck Schoenmaker en Siem Bruin. Daaronder bevonden zich dus twee spelers, die al drie kampioenschappen hadden behaald ( 62/63, 65/66 en 67/68 ), Siem Bruin en Puck Schoenmaker.

Nijhuis gaf in 1968 het trainersstokje over aan de heer Kooiman, die voor de ondankbare taak stond om het niveau vast te houden en te voorkomen dat Kwadijk weer terug zou vallen. De 1e klasse bleek helaas toch een tree te hoog voor Kwadijk. Het elftal was na het behalen van het kampioenschap ook nogal veranderd. Er zouden wat strubbelingen tussen de trainer en het bestuur aan het eind van het successeizoen zijn geweest. Er was bovendien wel een duidelijk niveauverschil tussen de 2e en 1e klasse. Doorstoten naar de 4e klasse van de KNVB zat er dus niet in. Kwadijk eindigde het seizoen 68/69 op de één na laatste plaats en degradeerde dus al weer na een jaar naar de 2e klasse. Daar wisten de blauw-witten zich dit keer wel een aantal jaren te handhaven.
Paniek. In 1968 besloot de gemeente om de huur op te zeggen van het veld om plaats te maken voor nieuwbouw. Er brak dan ook grote paniek uit in het bestuur. Op 1 april 1969 zou het terrein worden afgesloten en dat was geen grap. Het bestuur ging naarstig op zoek naar een alternatief. De voorzitter, Age Waaksma, deed een oproep in het clubblad of iemand bereid was een stuk weiland af te staan voor voetbal. De toekomst van de club hing aan een zijden draadje.
De redder in nood meldde zich eind zomer 1969 in de persoon van H. van der Hudding. Die beschikte over een weiland in de Koog, dat wel als noodveld dienst kon doen. Er werd een gebouwtje gehuurd dat als kantine kon fungeren en dankzij enorme inspanningen van leden en vrijwilligers werd niet alleen het veld weer voor voetbal gefatsoeneerd, maar werd ook de kleedkamer overgeheveld, waarmee de competitie 69/70 en het voortbestaan van de club was veiliggesteld. Vóór de ingebruikneming van dat noodveld was door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland al wel een bestemmingsplan goedgekeurd, dat onder andere in de aanleg van een voetbalveld voorzag en wel aan de nieuw aan te leggen Reinoud van Brederodestraat, in de nieuwbouw. Op 3 maart 1971 verricht Burgemeester Schoon de opening. Zijn speech is één grote pluim op de hoed van alle vrijwilligers. Later in 1983 wordt er ten behoeve van de tennis bovenop de kantine kleedkamers aangebracht. Kwadijk voetbal is in 1981 samen met Kwadijk tennis opgegaan in een S.V.
In 1970 eindigde Kwadijk op de vijfde plaats. In het seizoen 70/71 moest weliswaar fanatiek tegen degradatie naar de 3e klasse worden gevochten, wat ternauwernood lukte. Maar in 1972 herpakte Kwadijk zich en liet ze toch zien, dat ze het niveau van de 2e klasse aankon. Onder leiding van de nieuwe trainer , Dick Vellinga, lukt het de Kwadijkselectie in het seizoen 72/73 net niet om kampioen te worden, wat het 40-jarig jubileum natuurlijk extra glans zou hebben gegeven. Een jaar later weet het eerste zich ten koste van SDOB in de tweede klasse te handhaven. Dat ging zeer moeizaam en de twee volgende seizoenen gaat het nauwelijks beter. Het eerste team ondergaat een verjongingskuur, die de resultaten niet ten goede komen. In 1976 duikelt Kwadijk zelfs weer naar de 3e klasse en daar bivakkeren de blauw-witten nog steeds als zeven jaar later het 50-jarig jubileum wordt gevierd. De club is niettemin groter dan ooit tevoren. Aan het eind van het seizoen 79/80 beschikt Kwadijk eindelijk over twee velden, een trainingsveld en verlichting. In de jaren 80 kan Kwadijk geen potten breken en eindigde steevast in de middenmoot. De blauw-witten laten pas in het seizoen 85/86 voor het eerst van zich spreken, staan zelfs enige weken bovenaan, maar grijpen uiteindelijk net naast het kampioenschap. Twee jaar later is het wel raak. Kwadijk beschikt al een paar jaar over een aantal zeer goede spelers, waar van buiten ook wel aan wordt getrokken. In het seizoen 87/88 lijkt eindelijk de juiste balans te zijn gevonden. Door de juiste dosis routine en ervaring komen de bij de talenten aanwezige snelheid en techniek pas echt tot hun recht. De selectie, die promotie naar de 2e klasse weet te bewerkstelligen, bestaat uit : Eric Goedhart, Frank Hofman, Ferry v/d Horst, Marcel van Katwijk, Eric Koens, Jan Willem Ligthart, Jan Pel, Jan Runderkamp, Roel Scholtens, Rob Schot, Hans v/d Veen, Kees Veerkamp, Ad Visser en Dick Zeekant.
In 1989 doet Kwadijk het onder leiding van de nieuwe trainer, Henk Braspenning, al meteen uitstekend in de 2e klasse. Een vierde plaats laat zien, dat Kwadijk het niveau aankan. Een jaar later duikelt Kwadijk echter weer af naar de 3e klasse. Het vertrek van enkele jonge spelers en ” pensionering “ van twee oudgedienden wreken zich. In 1992 leidt een periodetitel en een dikke overwinning in de eerste wedstrijd van de nacompetitie ( met 6-2 tegen Berkhout ) dan toch weer tot promotie naar de 2e klasse, de verliesbeurt tegen BKC ten spijt. Berkhout had namelijk al van BKC gewonnen. Daarna blijven de successen de eerste vier jaar beperkt tot een periodetitel, die in de nacompetitie niet wordt verzilverd. In 1993 moesten er trouwens weer beslissingswedstrijden gespeeld worden om aan degradatie te ontkomen. Tegen Huiswaard werd met 2-1 verloren en toen Kwadijk in de rust tegen Flevo met 2-0 achterstond, geloofde niemand meer in de ontsnapping. De achterstand werd echter omgebogen in een overwinning en Kwadijk wist zich zo ternauwernood te handhaven. Daarna blijft de status quo onder leiding van Jacques Mooy enkele seizoenen onveranderd. In het seizoen 96/97 is er plotseling wel weer succes. Kwadijk eindigt als derde in de competitie, maar pakt wel weer een periodetitel, die nu wel promotie betekent. De KNVB-organisatie is intussen echter aangepast, de onderbonden worden opgeheven en Kwadijk belandt in de 7e klasse van de KNVB. Ernst Winkel heeft het trainersstokje dan al van Jacques overgenomen, maar treedt aan het eind van het seizoen ondanks het succes af en wordt opgevolgd door John Versluis. Kwadijk heeft geen moeite om haar positie in deze klasse te bestendigen. Het eerste seizoen wordt zelfs met een eervolle zesde plaats afgesloten. In 97/98 grijpt het eerste net naast een periodetitel . John Versluis maakte dat seizoen niet af, de laatste wedstrijden werden overgenomen door de succesvolle A-1 trainer Cor Smit. Na het veelbelovende begin van Cor Smit waren de verwachtingen voor het seizoen 98/99 hooggespannen. Het liep anders, een periodetitel zat er nooit in en tegen “ mindere “ tegenstanders werd vaak verloren. Van het seizoen 1999/2000 werd weer veel verwacht. Smit werd geassisteerd door Rob Kleton, die net als Cor de A-1 onder zijn hoede had. Ne een rommelig begin, waarin op een gegeven moment vier keer op rij werd verloren en een aantal keren de degradatiezone in zicht kwam, volgde net op tijd het herstel. Kleton volgde halverwege het seizoen Smit op als hoofdtrainer en dat seizoen eindigde Kwadijk nog als negende.
Rob Kleton bleef aan als trainer van de selectie en de doelstelling was nu wat realistischer. Rust en behoud van een plaats in de 7e klasse. Aan het eind van het seizoen 2000/2001 lag er zelfs een periodetitel voor het oprapen, maar helaas werden de punten op het cruciale moment aan ( hekkensluiter ) Jisp gelaten. Met een tweede plek in de eindrangschikking kon niettemin deelname aan de competitie worden veiliggesteld…die als gevolg van een nieuwe reorganisatie bij de KNVB niet meer behoefde te worden gespeeld. Kwadijk mocht het volgende seizoen in de 6e klasse uitkomen. In het seizoen 2001/2002 is men in Kwadijk tevreden met een stevige middenmootplaats. Het jaar erna, 2002/2003, eindigt het eerste team op de zesde plaats. Weer een jaar later, 2003/2004, is het na zestien jaar eindelijk weer eens feest om een kampioenschap. Kwadijk blijft Monnickendam in een ongemeen spannende competitie uiteindelijk met 4 punten voor. Het zal Henk Braspenning deugd hebben gedaan, om na zoveel jaar weer terug op zijn oude stek meteen het kampioenschap binnen te slepen. Een mooie prestatie. Het volgende seizoen, 2004/2005, presteert Kwadijk ruim boven verwachting. Het elftal eindigt op de vijfde plaats, hoog in de middenmoot dus. De stijgende lijn zet zich voort als in het seizoen, 2005/2006 , Kwadijk alleen RCZ boven zich hoeft te dulden. Het verschil aan de finish bedraagt slechts drie punten ( 50 om 47 ).
In 2005 wordt de bovenbouw van de kantine rigoureus aangepakt. De kleedkamers van de tennis worden omgetoverd tot twee schitterende kleedkamers voor de voetbal. Verder wordt de gehele dakbedekking vernieuwd en komt er een buitentrap naar de kleedkamers.
Zie de foto’s
In het seizoen 2006/2007 schrijft Zondag 1 historie door in de 5e klasse het kampioenschap naar zich toe te trekken. Dat is zonder meer een geweldige prestatie. Vóór het inschuiven van de onderbond, de afdeling Noord-Holland in de ( Districten van de ) KNVB in de jaren 90 telde dat District ( West 1 ) vijf klassen; een Hoofdklasse en verder de 1e tot en met de 4e klasse. In haar hele bestaan was Kwadijk nog nooit tot “ de KNVB “ doorgedrongen. Zeevogels, de enige concurrent, moest het afleggen tegen de blauw-witte formatie van , nog steeds, Henk Braspenning. De stand aan kop was : 1. Kwadijk 63 51-32 2. Zeevogels 60 91-24 3. Meervogels 47 58-41
zie foto's
Het seizoen daarop 2007/2008 heeft Kwadijk het heel moeilijk. Een beslissingswedstrijd om degradatie tegen Wherevogels wordt in het voordeel van Kwadijk beslist en ze mogen in de 4e klasse blijven spelen. Aan het eind van het seizoen wordt er nog een wedstrijd tegen oud-profs van Volendam gespeeld om geld op te halen voor het in 2008 te vieren 75-jarig jubileum. Hiervoor wordt ook “waar schijt de koe “ georganiseerd, waarin lootjes worden verkocht voor een plekje op het veld , waar de koe zijn plakkaat zal deponeren en daar zit dan een geldprijs aan vast.
Zie foto’s .
Maar het seizoen 2008/2009 eindigt in mineur. Onder leiding van trainer John Stevens hangt Kwadijk het hele seizoen in de onderste regionen en degradeert roemloos.
Het wordt nog wel feest, want het 75-bestaan van de club wordt gevierd en dat zal een heel weekend in beslag nemen. Al zijn er al vele vrijwilligers al minstens een jaar bezig met de voorbereidingen. Het werd een groots feest met drie dagen zonneschijn en veel plezier.
Zie foto’s Het huidige seizoen is nog bezig, onder leiding van de nieuwe trainer Ronald Smet en Kwadijk presteert wisselvallig. Het ene moment is de trainer lyrisch over het spel en het andere moment speelt men dramatisch. Gelukkig heeft Kwadijk nog wel een paar clubs onder zich en hopen we dat handhaving in de 5e klasse lukt.
Zaterdagvoetbal.
In 1983 schrijft Kwadijk zich voor het eerst in voor de zaterdagcompetitie en wel met twee teams. Dat levert niet onmiddellijk succes op. Na een jaar is er nog een team over, dat er in 1988 in slaagt om kampioen te worden en te promoveren naar de 2e klasse. Daar weet het zich drie jaar vrij gemakkelijk te handhaven, in het seizoen 91/92 valt door een vrij drastische leegloop van spelers echter niet aan degradatie te ontkomen. Maar er komt ook nieuw bloed en terug in de 3e klasse boekt het verjongde team direct succes. Kwadijk wordt opnieuw kampioen. Helaas wordt de elftalleiding het niet eens met het bestuur over het budget voor het nieuwe seizoen, waaruit alsnog een trainer zou moeten worden bekostigd, waarna het gehele elftal nagenoeg in zijn geheel opstapt. Het tweede elftal “ promoveert “ vervolgens tot eerste. Met desastreuze gevolgen ; het niveau blijkt een paar treetjes te hoog voor deze liefhebbers en Kwadijk degradeert weer naar de laatste afdeling van de KNVB. Na enkele jaren zonder standaardteam ( er voetbalt wel een tweede en derde ) meldt zich in 2002 een vijftiental spelers om weer als eerste team aan de competitie mee te doen. De geschiedenis herhaalde zich andermaal. Gelijk het eerste jaar weet men beslag te leggen op het kampioenschap. Éen van de routiniers onder hen fungeerde als trainer-speler. Het ontbrak het team echter aan goede begeleiding en zo kon het gebeuren, dat vooral in het tweede seizoen, toen de resultaten uitbleven met enige regelmaat spelers uit het veld werden gestuurd en wedstrijden uit de hand liepen. Het bestuur besloot daarop om het elftal terug te trekken. En weer brak voor de zaterdagafdeling een tijdperk zonder standaardelftal aan. Het tweede en derde bleven hun wedstrijden spelen.
Dat duurde ditmaal tot 2005, toen een nieuwe lichting spelers zich bij Kwadijk meldden om als vriendenteam aan de zaterdagcompetitie deel te nemen. Het elftal kende nogal wat talenten, die het bij verschillende clubs in de omgeving net niet redden om in het eerste te spelen. Er werd bij vlagen goed gevoetbald, maar twee jaar achtereen viste Kwadijk voor wat betreft het hoogst haalbare net achter het net. Omdat de meeste spelers aan het eind van het seizoen 06/07 Kwadijk toch de rug toekeerden en er weer geen representatief eerste elftal op de been kon worden gebracht, greep het bestuur mei 2007 noodgedwongen voor de vierde keer naar het middel van de “ dispensatie “. De zaterdag kent momenteel dus weer geen standaardelftal, maar er zijn nog wel steeds drie seniorenteams die, geheel in de sfeer van wat het bestuur altijd voor ogen heeft gestaan, zaterdags lekker een balletje trappen ( al wil men natuurlijk wel winnen ) om na afloop onder het genot van een hapje en een drankje nog wat na te praten. Voor de gezelligheid.
De jeugd.
Het jeugdvoetbal is door de jaren heen eigenlijk altijd top geweest. Het begon al met de allereerste wedstrijd van de aspiranten , thuis tegen de ervarener jongens uit Middelie. Deze voorwedstrijd van de eerste wedstrijd van het “ grote Kwadijk “ werd met 2-1 gewonnen. Daarna heeft het jeugdvoetbal een bijna ontelbaar aantal kampioenschappen opgeleverd. Een veelvoud van wat het vlaggenschip door de jaren voor elkaar heeft gekregen. Vanaf de jaren 80 hebben de jeugdteams ook regelmatig uitstapjes naar het buitenland gemaakt. Zo ging de gehele voetbaljeugdafdeling naar een internationaal toernooi in Parijs. De resultaten overtroffen ieders verwachting; Kwadijk legde in een evenement dat ook werd opgeluisterd door clubs uit Italië, Tsjechié, Spanje en Duitsland beslag op de vierde plaats. Spelers en begeleiders bewaren daarnaast mooie herinneringen aan de toernooien om de Tongerlo Cup ( België ) waar Kwadijk tussen heel wat gerenommeerder tegenstanders ook altijd goed overeind bleef. De negentiger jaren behoren ongetwijfeld tot de meest succesvolle uit de clubhistorie. Eind jaren negentig liepen er bij Kwadijk vijf grote talenten bij de A-1 rond, die werden uitgenodigd voor een “ 4 tegen 4 toernooi “, Joes Blakborn, Joris Buurs, Danny Harbering, Dinh van Ly en Tuan Truong. Het “ legendarische Kwadijker Kwartet “ eindigde bij de Noord-Hollandse kampioenschappen zelfs bij de laatste vier, na winst in de regionale voorronde. Daarin had vaste kampioenskandidaat Volendam zelfs het nakijken. In het seizoen 98/99 dringen de B-junioren zelfs door tot de provinciale bekerfinale, die overigens wel werd verloren. Tussen 1995 en 2003 werden maar liefst achttien kampioenschappen bij de jeugd behaald, een gemiddelde van ruim twee per seizoen. Niet gek voor een dorpscluppie. Tegenwoordig hebben we in alle leeftijdscategorieën elftallen. De kleinste jeugd, de “ effies “ hebben zelfs al spelers voor 3 teams. Gelukkig hebben we goede trainers en elftalbegeleiders, die met plezier aan de gang gaan met de jeugd.
Zaalvoetbal.
Begin jaren 70 schrijft Kwadijk een team in voor de zaalvoetbalcompetitie. De tak van sport is in Kwadijk een kort leven beschoren. Na drie seizoenen was het al afgelopen.
Van de eindstanden herinnert zich niemand zich meer iets, maar we zijn geen kampioen geworden, kwam er uit het diepste geheugen van een deelnemer In 1983 probeert Kwadijk het weer, nu met twee teams. Ook nu is het zaalvoetbal geen lang leven gegund en spreken de resultaten ook niet tot de verbeelding. Tot op heden is er geen belangstelling meer voor een zaalvoetbaltak.
Damesvoetbal.
Ook probeert Kwadijk het met een damesteam. De poging bleef strandden op een jaar of twee en is tot op heden geen nieuw leven in geblazen. In Purmerend kan men beter terecht voor damesvoetbal.
Bijzondere elftallen.
Vanaf de jaren zeventig oefende de club steeds meer aantrekkingskracht uit op de pure recreanten. De club maakte een onstuimige groei door. Op een goed moment had Kwadijk alleen al op zondag acht seniorenteams, die competitie speelden. De lagere elftallen presteerden niet altijd slecht. Het zogenaamde zesde “ de oudjes “ werd in zijn twaalfjarig bestaan maar liefst vier keer kampioen.
Een van de eerste elftallen met een bijzonder naam was het “ Vroom-elftal “, dat bijna louter alleen bestond uit spelers met een familiaire band met de aannemer of die daar werkte. Tot op heden is de band met de club nog altijd gebleven, getuige de paginagrote advertentie in het clubblad.
In dezelfde jaren was er ook een “ Cats-elftal “ bestaande uit fans van de Volendammer band. Het team had een zeker Volendam-gehalte, maar de kern bestond toch uit Kwadijkers. Men schijnt ook ooit aan het begin van Kwadijk een bord geplaatst te hebben met de naam “ Cats City “.
Het eerste legendarische elftal dat echt jaarlijks voor het kampioenschap meedeed, was het al eerder genoemde zesde. Dit team bestond bijna geheel uit spelers, die ooit in het eerste elftal hadden gespeeld. Bij dit team stond trouwens óók de gezelligheid voorop. De ploeg ging één keer in de twee jaar een lang weekend uit. Er werden iedere keer vier spelers uitgekozen, “ de bende van vier “ , die het weekend moesten organiseren. Toch nam op een gegeven moment de animo af, het spel werd steeds ruwer en de blessures liepen op en op een gegeven moment trok men de stekker uit het elftal.
Één speler uit dit elftal ( Richard Evers ) ging echter door en er werd een team om hem heen geformeerd, dat eigenlijk in de voetsporen trad van het legendarische zesde, maar beduidend minder in de competitiemelk te brokkelen had. In 1995 werden ze voor de eerste en laatste keer kampioen. Willem Smiet en zijn vrouw Nel waren er altijd bij, als waren ze de peetvader en moeder van dit team. Omdat de meeste spelers wel van een biertje hielden, werd dit vierde team , “ Het Bierde “ genoemd. Regelmatig werden er weekends georganiseerd, waar men prachtige verhalen over kan horen, als men de harde kern daarnaar vraagt. Doordat de leeftijd van de meeste spelers boven de 45 kwam en drie boven de 55, werd vorig jaar besloten om zich in te laten schrijven bij de Veteranen. Ook omdat de tegenstanders veel te snel werden en te jong.
Zo zijn ze van lager elftal geworden tot een selectie team en spelen ze in de 1e klasse.
De zaterdag-2 werd een jaar gebombardeerd tot 1e, omdat dat team niet meer bestond. Later werd men weer 2e d.m.v. dispensatie. Dit team probeert naast het sportieve ook het gezellige aaneen te smeden en dat lukt al heel wat jaartjes. Er is weinig verloop, al kan men nu wel weer wat nieuw bloed gebruiken.
De zaterdag-3 is ook een apart verhaal. Het idee van de oprichting van dit elftal heeft enig alcoholgehalte. De oorsprong ligt bij de tennis, waar iemand na afloop van het Watertoren Jeugdtoernooi 99 de legendarische woorden sprak : “ het zou toch leuk zijn als we….”, waarna men besloot om in de voetbalkantine ( op weg naar huis ) nog een afzakkertje te nemen, om nog even over het idee van voetbal te filosoferen. Er werd gespeeld in shirts met Italiaanse namen. Spelers van boven de veertig zouden met Don worden aangeduid. In het begin werd er regelmatig verloren met dubbele cijfers, maar gaandeweg het bestaan van het elftal werd er ieder jaar verjongd en tegenwoordig draait het elftal ieder jaar behoorlijk mee. Ook dit team heeft de gezelligheid voorop staan. In de beginjaren werd er regelmatig uitgeweken naar Texel om van alle geneugten van de natuur te genieten. Nu is er ieder jaar een gezellige avond.
De club heeft nu 7 seniorenteams, 4 zondagelftallen en 3 zaterdagelftallen. Voorts is de jeugd vertegenwoordigd door de A-1, de B-1, de D-1, de E-1 en E-2 en twee F-teams.
|